Posts tonen met het label groningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label groningen. Alle posts tonen

donderdag 31 december 2015

Kollumerwaard en Zoutkamp

Na onze fietstocht door de Marnewaard reden we die woensdagmiddag met de auto via Zoutkamp naar de Kollumerwaard. Over de Kwelderweg langs de zuidrand van het gebied heb je al een mooi uitzicht over het ruige land. We zagen er veel Schotse hooglanders.  Ons doel was eerst het meest westelijke deel: Kollumeroord om een kijkje te nemen op uitzichtpunt De Pomp. 


De vele populieren van het bos waren al nagenoeg winterkaal, maar gelukkig gaven andere bomensoorten nog een vrolijk kleurtje aan het landschap, want van het mooie weer moesten we het deze middag niet hebben.


Grauw en vochtig zwaar hingen de wolken boven de uitgestrekte rietvelden, de ruige graslanden en Senneroog, zoals het water en het eilandje in het midden hier heten.


Verschillende eendensoorten, enkele grote zilverreigers, maar vooral heel veel zwanen bevolkten de meest nabij gelegen wateren. Naast enkele knobbelzwanen, meende ik aanvankelijk met Wilde zwanen van doen te hebben, maar bij nader inzien bleken het Kleine zwanen te zijn. Afgezien van het formaat valt de Kleine zwaan vooral te herkennen aan de tekening van de snavel. Bij de Wilde zwaan is er meer geel in de snavel, bij de Kleine zwaan loopt het zwart vanaf de snavelpunt verder door, over de hele snavel tot voorbij het neusgat. Er werd druk gefoerageerd - blijkbaar is het water hier ondiep en rijk aan waterplanten - en af en toe zaten ze elkaar daarbij een beetje in de weg.




Ook nu weer vormden het gebrek aan licht en de grote afstand een belemmering voor goede foto's, maar het was onze eerste kennismaking met de Kleine zwaan en dan zo velen, dat is dan toch wel weer bijzonder.
De graslanden werden niet begraasd door de watervogels, maar aan de andere kant van de parkeerplaats graasde wel een groepje Schotse hooglanders. En dat is precies waarvoor Staatsbosbeheer deze runderen en konikspaarden inzet: om het gebied open te houden en dichtgroeien door (moeras)bos te voorkomen.


Eigenlijk hadden we wat langer willen rondwandelen, maar hier was dat alleen mogelijk in de drogere bospercelen. Tussen de rietkragen waren de onverharde paden veel te nat. Halverwege de Kwelderweg is ook een parkeerplaats en goede mogelijkheid om te wandelen. Maar het was koud en nat, zodat we besloten even een kijkje in Zoutkamp te nemen.
In mei 2013 hebben we Zoutkamp vanaf het water gezien en zijn we door de sluizen gevaren als gast van familieleden, met wie we deze oktoberavond naast de sluis zouden gaan eten.

mei 2013 - door de sluizen van Zoutkamp



Dit keer liepen we over de sluis. Oorspronkelijk lag Zoutkamp aan de monding van het Reitdiep in de toenmalige Lauwerszee. De naam is mogelijk te danken aan zoutwinning in vroeger tijden. Dankzij de afsluiting in 1877 van het Reitdiep tussen Zoutkamp en Nittershoek door een dijk met de Reitdiepsluis ontstond er een brugverbinding tussen beide plaatsen, waardoor het dorp minder geïsoleerd kwam te liggen.
Het dorp leefde vooral van de visserij en bijbehorende industrie, maar in de tweede helft van de 19e eeuw ging het niet goed met de visserij. In 1883 werd ook Zoutkamp getroffen door de Ramp van Paesens en Moddergat, waar in mijn eerdere blog melding van maakte. Pas met de opkomst van de garnalenvisserij in de 20e eeuw ging het goed met de plaatselijke economie.


Tot in de jaren 1960 was Zoutkamp een vissershaven. De afsluiting van de Lauwerszee was zeer tegen de zin van de bevolking, de haven werd verplaatst naar Lauwersoog, 1969. 
In die 1960'er jaren werden ook veel van de oude, verkrotte, vissershuisjes gesloopt. Een aantal werden herbouwd in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. 1 huisje bleef gespaard voor Zoutkamp zelf en werd achter het monumentale pand van het Visserijmuseum aan de Reitdiepskade opgebouwd. 





Veel van het oude Zoutkamp valt er dan ook niet meer terug te vinden. De Stichting Historische Visserij Zoutkamp zet zich in voor projecten die te maken hebben met het oude Zoutkamp en de visserij, zoals het oude vissershuisje, de kalkoven en de sloepenloods.
Tegenwoordig richt men zich met de haven en het dorp meer op het toerisme. Er is het museum voor wie geïnteresseerd is in de historie, de Reitdiepskade en omgeving biedt restaurantjes en in het goede seizoen gezellige terrasjes. Die avond hebben wij in ieder geval gezellig en lekker gegeten in ZK86.


Verderop is het bedrijvencomplex van garnalenleverancier Matthijs van der Ploeg, die in 1990 de kleurrijke houten huisjes aan de kade liet bouwen. Garnalen zijn dan ook de versiering van de makelaar in de daknok. In de Palingrokerij kun je verse vis kopen en daar hebben wij onze lunch genoten: een broodje met heerlijk verse paling!
De keren dat wij in Groningen zijn geweest, waren de weergoden ons niet altijd gunstig gezind. Maar onder betere omstandigheden zitten wij hier vast en zeker nog eens lekker op een terrasje voor een vers visje na een heerlijk zonnige wandeling in de Kollumerwaard. Want dat gaat er vast nog eens van komen. Schiermonnikoog, de buitendijkse kwelders, het Lauwersmeergebied: het smaakt naar meer!


Rob wist te vertellen dat dit de oude materialen zijn, die niet meer voor de garnalenvangst gebruikt mogen worden, omdat ze de zeebodem teveel beschadigen. Onder: inkijkje in de sloepenloods.



Veel informatie over Zoutkamp, waarvan ook ik gebruik gemaakt heb, is te vinden op Wikipedia.
Verder: Het Visserijmuseum
Over het Lauwersmeer o.a.: http://www.np-lauwersmeer.nl/documents/historie/afsluiting-lauwerszee.xml?lang=nl
en : http://lauwersmeer.groningen.nl/over-lauwersmeer
en wandelroutes: http://www.staatsbosbeheer.nl/natuurgebieden/lauwersmeer/routes

zondag 27 december 2015

Lauwersmeer

Bij Lauwersoog sloegen we onmiddellijk rechtsaf, eerst door het recreatiegebied met de haven en de camping, om via de binnenweg langs het Robbengat te rijden. Hier en daar stopten we bij een uitkijkpunt, maar tot het Jaap Deensgat kregen we weinig van de gehoopte vogelfauna te zien. Wel kwamen we Schotse hooglanders en konikspaarden tegen, maar vooral van de runderen hebben we later grotere kuddes in de Kollumerwaard gezien. 



De Bantpolder is niet toegankelijk voor publiek, maar de vogelkijkhut Jaap Deensgat geeft een mooi uitzicht over het water en de omringende graslanden.
Overal waar je keek: Brandganzen! Het moeten er duizenden zijn geweest, die hier hun toevlucht hadden gezocht.
Het is goed om met deze afstanden een verrekijker bij je te hebben en ook voor dichterbij kwam hij goed van pas.


In het voorste grasland achter de rietkraag bij de hut, ontdekten we een groep houtsnippen, die in holletjes tussen de pollen en hogere grassen veelal lagen te rusten en zich oppoetsten. Zeker 20, maar het kunnen er zeker meer zijn geweest. Ook deze afstand was nog ruim en wat miste ik mijn eigen camera!


Ik had gehoopt om baardmannetjes aan te treffen in de rietkragen tegenover de hut, maar helaas.....
De zon begon te dalen, het licht nam af en we stelden ons tevreden met deze dag. Nieuwsgierig naar onze B&B legden we het laatste stuk naar het dorpje Vierhuizen af.


B&B D'Olle Pastorie hadden we vanwege de nabije ligging t.o.v. Lauwersmeer, Zoutkamp en Schiermonnikoog gekozen en op grond van de informatie op de website. Heerlijk rustig temidden van het Groningse land ligt de pastorie naast het van oorsprong middeleeuwse kerkje (Vierhuizen wikipedia) aan de Hoofdstraat. We reden er zo op af, niet te missen, want naast de Hoofdstraat hebben we niet zoveel meer straten gezien en voor je het weet rijdt je het dorpje er aan de andere kant weer uit.



Het was dan ook heel fijn dat we na deze dag stappen diner in huis hadden besteld. Onze gastvrouw had een heerlijke maaltijd bereid, die we samen met twee andere gasten genoten hebben met wie we bovendien heel gezellig aan tafel onze ervaringen konden uitwisselen. Deze B&B is beslist een aanrader: Irene en haar man Marten hebben van de oude pastorie een mooi en sfeervol verblijf gemaakt, waarin zij hun gasten hartelijk en met gulle hand ontvangen en van alle gemakken voorzien.




Wij waren blij met de grootste kamer, die ruimte bood en een extra zitbankje.










De volgende dag wilden we naar Schiermonnikoog, maar - om nog even in de Marne te blijven - donderdagochtend hebben we een fietstochtje gemaakt door de Marnewaard, het oostelijk deel van de Lauwersmeer. Een groot deel van de Marnewaard is militair oefenterrein en er is ook een militair oefendorp. Dat drukt wel een stempel op dit gebied, waaraan je niet ontkomt als je erdoor heen fietst. Er zijn echter prachtige stukken natuur zoals het Marnebos en noordelijker gelegen delen bij het Zuidwalbos, waar je als wandelaar waarschijnlijk beter aan je trekken komt. De bossen staan hier bekend om de vele soorten vogels, reeën en herten. Wanneer de hemel oplichtte konden wij genieten van de prachtige herfstinten van de bossen.



In de vissershaven van Lauwersoog hebben we nog wat rondgekeken, o.a. hoe de kratten met garnalen van boord werden gehesen en in de vrachtwagen werden geladen. De vissers uit Moddergat bijvoorbeeld hebben tegenwoordig Lauwersoog als thuisbasis, maar ook een deel van de Urker vloot vaart vanuit deze haven. Lauwersoog heeft zijn eigen visafslag, visgroothandels, restaurants waar je vis verser dan vers kunt eten, maar ook een handel in scheepsbenodigdheden, een drijvend dok voor reparaties en sportvisbedrijven. Er heerste een rustige bedrijvigheid en aan de andere kant van de haven kun je over de dijk lopen om te kijken of er misschien zeehondjes te bespeuren zijn of watervogels. Op een enkele steenloper na was er op faunagebied niets interessants te bespeuren. Bovendien was het grauw, vochtig en koud en dus stapten we op de fiets om via de recreatiehaven, waar enkele mooie oude boten lagen en warme chocolademelk met appeltaart geserveerd werd, terug te keren naar de auto. Het vervolg van deze woensdag in een volgend blog, maar eerst zouden we dinsdag een dagje Schiermonnikoog "doen".








vrijdag 2 mei 2014

19 april: rondje Paterswolde

Deze laatste ochtend was voor Paterswolde en omgeving. Paterswolde ligt voor een deel in Drenthe en is een combigemeente met Eelde. Het Paterswoldse meer is ontstaan door veenafgravingen en is met het Hoornsemeer tot een groot meer geworden dat vooral bij watersporters geliefd is. Heel anders dus dan het Zuidlaardermeer.
Over de Meerweg aan de zuidkant van het Paterswoldse meer fietsten we naar de Hoornsedijk. Aan de Meerweg zijn jachthavens en enkele mooie oude huizen en boerderijtjes. Heel karakteristiek is de Paalkoepel uit 1908, nu in gebruik als restaurant en met een mooi terras aan het water. Het aangrenzende gebied was juist geheel op de schop genomen ten dienste van de zomerrecreatie. Het zal hier dan wel drukker zijn dan nu het geval was.





Ergens heb ik een beschrijving gezien over de Hoornsedijk, dat het de mooiste dijk van Nederland is. Wel, ik ken meer mooie dijkjes, maar het is zeker de moeite van een fietstocht of wandeling waard.







Reeds van ver zie je deze molen staan: De Helper, gebouwd in 1863 ten zuiden van stad Groningen, later in onbruik en verval geraakt, afgebroken in 1969 en hier aan de oostzijde van het Paterwoldse meer in 1971 weer opgebouwd. De molen is nu in gebruik voor watercirculatie van de sloten. Het naastgelegen sluisje was in groot onderhoud, maar we konden gelukkig over een noodbrug verder.



Aan de woonboten konden we al merken dat we Groningen naderden en we hadden besloten via deze zijde van het meer terug te rijden, het eerste stuk over het fietspad dat hier langs het  meer leidde.




Eenmaal terug bij ons uitgangspunt verkenden we nog een stukje van de polder en de bossen ten zuiden van Paterswolde. Veel mooie huizen en ook landgoederen. Net buiten het dorp werd de houtstapel voor het paasvuur opgebouwd. Karretjes en opleggers vol tuinhout en afval reden af en aan. Het bordje Drentsch weide ijs was heel aanlokkelijk en we kunnen iedereen een stop voor zo'n heerlijk ijsje aanbevelen!










Een van de landgoederen is Vosbergen; het huis is nu Muziekinstrumenten museum en het is een prachtig landgoed om rond te wandelen of te fietsen. Voor ons was de tijd nu echter op, we moesten weer naar huis. We hebben genoten van een paar heerlijke dagen op de grens van Drenthe en Groningen.