Posts tonen met het label gorzen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gorzen. Alle posts tonen

donderdag 29 juli 2021

Struinen langs de Steenberghse Vliet (Benedensas NB))


Aan de noordzijde van de sluizen bij Benedensas ligt het Saspoldertje. Er is een onverhard pad langs de Steenberghse Vliet dat op een bepaald punt bijna verdwijnt in de hoge grassen. Ik vind het een leuk gebied om rond te struinen, omdat het zo vogelrijk is. 


In de bomen en struiken, in de rietkragen en tussen het gras, overal vliegt, fluit en fladdert het. Ik denk dat het fitissen waren die druk in de weer waren tussen het blad van de wilgenbomen. We zagen een groenling en veel heggenmussen. 
Tussen de grassen naast het pad ontdekte ik een bijenorchis en niet ver daarvandaan ook nog een rietorchis.
Een troep Canadese en grauwe ganzen bevolkte de zandplaat en de kreek, vergezeld van enkele brandganzen. Een paar scholeksters stonden er stilletjes tussen. En aan de overkant, waar de roodbonte koeien graasden en naar het water liepen om te drinken, ontdekten we ook een eenzame lepelaar. Die liet zich niets gelegen liggen aan het gedoe om hem heen en keek het allemaal wat lijdzaam aan.












Rietgorzen, graspiepers, grasmussen, rietzangers......  je hoeft niet af te vragen waar die namen vandaan komen. We zagen ze hier allemaal. Afgezien van het gekwinkeleer van de vogels was het stil. We kwamen één paar wandelaars tegen, een paar bootjes op het water; verder ademde alles rust. Vlinders hoor je niet, we zagen ze wel: atalanta's en hooibeestjes vooral, maar ook groot dikkopje en de St. Jacobsvlinder evenals de rupsen, die zich tegoed deden aan het St. Jacobskruid. 




Tot de andere stille gasten behoorden de libellen die we bij de rietkragen zagen. Zoals deze bruinrode heidelibel (?). De verspreide meidoorn- en bramenstruiken waren niet alleen populair bij de grasmussen en rietgorzen, maar ook bij de kneutjes. Boven ons jaagde geluidloos een torenvalk.  



In het volgende blog gaan we naar de andere kant van de dijk: de Dintelse Gorzen.

maandag 23 april 2018

Lente in de lage landen


Terwijl de bloesemboompjes vele woonwijken in Amstelveen uitbundig opvrolijkten en de Japanse kersenbomen in het Bloesempark in het Amsterdamse Bos het leven tot een feestje maakten, begonnen ook onze polders weer kleur te bekennen.


Het frisse voorjaarsgroen heeft de bruine grauwsluiers op de landerijen vervangen, bermen en slootkanten kleuren zonnig geel van dotters en speenkruid, terwijl het groot hoefblad zich vrolijk ontvouwt op voormalige boeren percelen. De smienten zijn verdwenen, de boerenzwaluwen nog niet gearriveerd, maar de scholeksters laten luidkeels van zich horen en ganzen en kieviten vullen hen aan, terwijl een aalscholver voor ons wegduikt en de fuut zijn voorbeeld volgt.

 




Hier en daar zien we ganzen op het nest langs de waterkant. De lammetjes zijn al aardig uit de kluiten gewassen, maar de hazen maken zich nog bijzonder druk met het oog op hun nageslacht.




Deze wilgenboom is altijd een geliefd zangplekje van fitissen. Het is echter lastig fotograferen, zo hoog tussen de op de wind wiegende takken.


We hebben in de derde week van april te maken met zomerse temperaturen tot achterin de 20 graden. Ongewoon warm voor deze tijd van het jaar. De kersenbloesems zijn dan ook snel uitgebloeid, maar worden opgevolgd door de volroze Japanse kers en het fijne wit en roze van de fruitbomen. Tegen het decor van het appelboompje van mijn buurvrouw, kijkt een kauw belangstellend naar wat er in onze tuin te halen valt. De takjes en strootjes voor het nest worden verzameld; een papieren zakdoekje dat we buiten op tafel hadden achtergelaten, vinden we later volledig uit elkaar getrokken in stukjes terug; musjes zitten met de bek vol strootjes en pluisjes.


Dit zijn heerlijke dagen om eens te kijken hoe het er in de Groene Jonker voorstaat. Op de Hogedijk genieten we al van het weidse uitzicht over de polders. De wilgen zijn geknot, landerijen liggen er prachtig bij, de schaapjes en hun lammeren lopen nog binnen de omheining op de dijk en rond de boerderij.


De meeste watervogels zijn ver weg op de plassen, maar beter binnen het bereik van onze cameralens passeert een koppel ganzen met (nog maar) een paar pulletjes. Een ander koppel heeft nog 9 van die kleine donsbolletjes onder hun hoede. Elders zien we ook nog ganzen broeden.


Het meest hebben we deze dag (21 april) genoten van de rietzangers, die zich overal lieten horen en zien. Dat is het voordeel van het voorjaar. We zagen ze soms al zingend in een zeilvlucht de rietkragen invliegen, waar ze eerst onzichtbaar na een rollend errrr-roepje hun zang beginnen. Blijf met wat geduld rustig in de richting van het geluid kijken en dan ontdek je het beestje al gauw wanneer hij langs de rietstengel steeds verder omhoog kruipt om in het wuivende topje zijn mooiste aria's ten beste te geven.




Bij het informatiepaneel vonden we een rietzanger, die de buitenste wilgentak tot favoriete plek had verkozen. Meermalen vloog hij op na een riedeltje om met een boog weer terug te keren naar dezelfde tak.



De wilgenbosjes op het eilandje werden ook bezocht door een groepje rietgorzen.




In de lucht waren het vaak de ganzen en eenden die de boventoon voerden, niet zelden overschreeuwd door ruziénde meeuwen. Een visdiefje stond geruisloos boven het water om met een snelle duik zijn prooi te bemachtigen. Ik was niet snel genoeg met de camera!



Aan het eind van onze wandeling bleken twee van de acht kluten die we eerder verder op het water hadden gezien, de oeverranden opgezocht te hebben. Ze waren druk aan het foerageren.



Wat is het voorjaar toch een heerlijke tijd!