We hadden bedacht om in juni voor ongeveer drie weken in Nederland te gaan kamperen.
Woensdag 3 juni gingen we voor de eerste week op weg naar Aerdt in Gelderland. Het dorpje behoort tot de gemeente Zevenaar en ligt op het Gelders Eiland bij het Rijnstrangengebied. 5 jaar geleden hebben we kennisgemaakt met dit gebied en dat was ons zo goed bevallen dat we graag nog eens terug wilden. Het mooie weer van de voorbije week was helaas voorbij en dat merkten we al onderweg. Fikse buien met windstoten en onweer stonden op het programma voor deze dagen. Dit keer verbleven we op Camping Het Gelders Eiland. Deze
ligt aan de rand van Aerdt aan een doodlopend weggetje tussen de korenvelden en
naast de sportvelden. De ruime kampeerplaatsen liggen rondom een fraaie vijver en in de boomgaard. Gastheer Henri vertelt graag over zijn vissen en de verschillende fruitbomen, waarvan de gasten het hele seizoen kunnen meegenieten. Wij konden ons droog installeren en hebben een latere bui getrotseerd met een broodje onder de luifel. In de namiddag brak de zon aarzelend door en zijn we naar de dijk gefietst en het pad bij de Haemmaker om even naar het trekpontje te wandelen. Later in de week hebben we bij stabieler weer een langere wandeling door de prachtige Rijnstrangen gemaakt. Niets is ooit hetzelfde, maar er is niet zoveel veranderd dat ik beide wandelingen van 2021 opnieuw ga beschrijven. Dit keer hebben we geen roerdomp gezien, noch gehoord, maar wel veel Cetti zangers. Het was gewoon heerlijk terugkomen.
Het weerbeeld van deze dagen zou ons trakteren op vele dreigende, maar ook prachtige wolkenluchten waarbij we het regelmatig beslist niet droog hielden en ook de wind een flinke duit in het zakje zou doen. Donderdagochtend was tussen wat zonnestralen door vooral winderig en plensnat, soms verrijkt met licht en donder. Tussen de buien door heb ik met de camera op en rond de camping gezworven. Talloze vogelsoorten lieten zich hier horen: merel, fitis, tjiftjaf, groenling, vink, koolmees en pimpelmees, zwartkop, boerenzwaluw en huiszwaluw, grasmus, huismus, specht en wat al niet meer. Henri heeft me een uilenkast aangewezen - op afstand bij het volgende erf. Hij heeft er eerder wel een uil gespot, maar ik ben daar niet in geslaagd. Wachtend kreeg ik wel een vrolijk fluitende fitis in het oog.

Onze laatste dag, maandag, werden we toch nog verrast door een wind-hoos-bui, waarbij de wind onder de luifel sloeg en zelfs de stormbanden losgerukt werden. Ik heb enige tijd aan de luifel moeten hangen, terwijl Rob in allerijl noodmaatregelen trof. We werden doornat en koud maar hebben alles gelukkig wel onder controle gekregen. Elders in het land zijn mensen zwaarder getroffen door noodweer met heftige regens, grove hagel, windhozen en onweer.
En tussen al deze buien door konden we deze week - met hulp van buienradar en een beetje plannen - nog veel op pad en heerlijk genieten. Ga met ons mee in de volgende blogs en we zullen zien of Zomeren de juiste titel voor deze serie is.












