Posts tonen met het label Belgie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Belgie. Alle posts tonen

zondag 19 juli 2026

Kempische zaligheden, een fietsronde

De "Acht Zaligheden" (voorheen Selligheden) is de naam voor 8 dorpen in de Kempen die eindigen op 
 -sel : Eersel, Duizel, Knegsel, Netersel, Hulsel, Reusel en Wintelre/Wijntersel. De Selligheden was een wat spottende benaming, ontstaan in de 19e eeuw, omdat de streek zo armoedig was. 
Wij stapten deze zaterdag weer op de fiets en wel in eerste instantie naar Postel, net over de grens in België. Door de achteruitgang van de camping linksaf volgden we het fietspad naar rechts door het bos en langs de golfterreinen tot de Abdij van Postel. 

In de abdijwinkel hebben wij onze eerste tastbare zaligheden gekocht: een heerlijk brood en dito noten/appelbrood. Er worden ook verschillende kaassoorten uit de eigen kaasmakerij en allerlei kruiden uit de kruidentuin verkocht, evenals bier dat tegenwoordig echter elders wordt gebrouwen. Door de poort ontdekten we de prachtige gebouwen van de abdij, die nog steeds in gebruik is. De abdij is rond 1140 gesticht door een groep norbertijnen; dat is een orde van kanunikken en lekenbroeders, die zich naast hun geestelijk leven in dienst stellen van de maatschappij. In deze grote zuidelijke toegangspoort is een bankje waar vroeger de armen moesten wachten tot ze van de paters een rantsoen voedsel kregen. Dit poortgebouw dateert uit eind 16e eeuw. 




Het huidige hoofdgebouw bestaat uit verschillende vleugels, gebouwd in diverse tijden. Opvallend is de refter in rococostijl (1743) te midden van de strakkere neorenaissance-gevels (begin 18e eeuw, aangepast begin 20e eeuw). In 1190 werd de St. Niklaaskerk in gebruik genomen, oorspronkelijk gebouwd in laat-romaanse stijl, in de loop van de 17e eeuw aangepast in gotische stijl.  

Een bezoek aan de kruidentuin sla ik natuurlijk niet over. Het lijkt erop dat men deze aan het herinrichten is. er waren een aantal mooie verhoogde bedden met kruiden, maar voor het overige zag het er nogal verwilderd uit. Achterin de tuin zagen we een zg. pesthuisje. Dit huisje is in 2006-2007 gerestaureerd als voorbeeld van de huisjes die zich in de ringmuur bevonden om besmettelijke zieken te kunnen isoleren in tijden van een uitbraak.


Naast de abdij, maar nog binnen de muren, staat sinds 1960 Gasthof De Beiaard. Er komen hier veel toeristen om de abdij te bezoeken en/of van de omgeving te genieten. Ook nu was het terras rond het middaguur goed bezet. De bakkerij aan de overkant van de weg met het Echte Postelbrood en andere heerlijkheden kon op onze sympathie rekenen. Niet alleen vanwege de steunbetuigingen aan zowel het Belgische als het Nederlandse voetbalteam bij het WK, maar vooral toch voor de eigen producten. We sloten achteraan in de rij. Van de enorme broden kon je ook een halfje krijgen, maar wij gaven nu de voorkeur aan twee zoete zaligheidjes voor onderweg. 

We volgden niet de route naar kpt 17 langs de weg, maar reden tussen de bakkerij en de gasthof het wandel- en fietsgebied in en vonden ergens langs het pad een bankje om in het zonnetje onze zaligheidjes te genieten. Het pad kwam uit op de Reuselseweg. Naar kpt 17 en door naar 92, een vrijliggend fietspad langs een nogal open doorgaande autoroute: niet het leukste deel, maar prachtige blauwe velden met bijenvoer boden troost en na enige tijd konden we het landweggetje naar de Peelsche Heide inslaan. 


Bij de Peelse Heide bereikten we weer de bossen. Het heideveld leek behoorlijk vergrast, maar is in cultuurhistorisch opzicht wel bijzonder. We staan hier nl. aan de rand van de Grote Cirkel. Wat heeft deze met Parijs te maken? Op enige afstand liggen de Reuselse kei en de Stenen der Zaligheden. Deze hebben we niet bezocht, maar alle verhalen hierachter staan op het informatiepaneel aan de rand van het veld. Ook uitgebreid op Wikipedia. Bovenop een kale boomstaak zong een boompieper het hoogste lied. 


We werden verrast door een prachtig klein vennetje, waar de kikkers naar hartenlust kwaakten en wij een bankje vonden voor een korte rustpauze. Dit is dus de Kleine Cirkel. 




 Aan de rand ervan staat een beeld : de Januskop. Aan de achterzijde de vrouwelijke kant. Een bord verklaart dat we hier op een 32m hoge rug staan, die als een waterscheiding fungeert tussen noord en zuid. Deze natuurlijke waterscheiding loopt dwars door de gemeente Reusel: het noordelijk gedeelte van Reusel watert af op de Maas via de Reusel en de Dommel, het zuidelijke deel via de Goorloop, Wamp, Nete en Schelde in België. De Januskop is een monument voor deze tweedeling en zinspeelt ook op de splitsing van Reusel en Postel in 1648 bij de Vrede van Munster. De romeinse god Janus ligt ten grondslag aan de naam en de Januskop is een symbool van tegenstellingen en overgangen, van goed en kwaad, maar ook van eenheid in verscheidenheid. Aldus verrijkt met nieuwe kennis fietsten we de volgende meters naar Natuurpoort de Oude Brandtoren. (kpt 14) Het is de natuursleutel tot de Peelse heide, maar er is ook een groot klim- en outdoorcentrum, horeca, een bijentuin en een uitkijktoren. Gezellig druk, maar wij lieten dit alles en de zaligheid Reusel links liggen om onze route te vervolgen naar Bladel. (> kpt 91, 71, 90). Bij het inrijden van het centrum was een feestelijke ijssalon de eerste gelegenheid die ons oog trof. Ze hadden een feestweekend met gratis slagroom en een macaron op het ijs. We gingen - tegen onze gewoonte in - voor 2 bolletjes. Ze schepten echter geen bolletjes, maar bollen, dus dat werd een goede buikvuller. En meer dan zalig!



Bladel was overigens best een aardig dorp met gezellige terrassen op het geheel vernieuwde winkelplein en allerlei leuke winkels tussen de bekende abc-shops. Door veld en bos (>71>13-13>2>16) trapten we terug richting ons grensverblijf. 




Het bospad tussen kpt 16 en 18 vond ik afwisselend en erg mooi. In deze bossen pleegt Staatsbosbeheer door dunning en verjonging onderhoud. Ook wordt rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering en er is een demonstratiebos "klimaatslim bosbeheer".  
Het was met 19° en een straf windje misschien geen zalig zomerweertje geweest, maar wel droog met af en toe wat zon. En dat was al heel wat. 



Herberg In het Wilde Zwijn ligt op een knooppunt van fiets- (18) en wandelwegen en de grensweg tussen België en Nederland, 10 minuten fietsen van onze camping. Vroeger was het een jachthuis, tegenwoordig een enorm horeca etablissement. De foto is van een stille (gesloten) zondag, maar gewoonlijk was het er gezellig druk en op deze zaterdag waren we blij dat er nog net een tafeltje voor ons over was om te blijven eten. Reserveren in het weekend is een aanrader. Het was niet een zalige, maar wel goede en gezellige afsluiter van ons fietsdagje. 



zondag 12 juli 2026

Smokkelroute door de Kempen op de fiets

De Kempen is een bosrijk gebied op arme zandgronden in het zuidoosten van Brabant tot over de grens van Belgisch Vlaanderen. We vertoeven hier in een gebied waar het smokkelen hoogtij vierde totdat rond 1960 de EEG een vrije handelsmarkt invoerde. Dit deel van Brabant is ook een streek van sterke en sappige verhalen, sagen en legenden. En dat kan hand in hand gaan, zoals wij op onze Smokkelfietsroute zouden merken. Smokkelen was uit nood geboren vanwege de grote armoede, zelfs kinderen werden ingezet. Er werd boter België ingesmokkeld (in de zakken van de meisjesjurken) en zelfs kalveren (Nederlandse kalveren waren in België zeer gewild), sigaretten gingen mee terug. Allerlei listen en trucs werden ingezet om de douaniers (komiezen) om de tuin te leiden of te hinderen bijv. door het gooien van kraaienpoten (in elkaar gedraaide spijkers), waar de autobanden van de achtervolgers letterlijk op stuk liepen. Bijbehorend jargon: smokkelen noemde men "pungelen" naar de zak (pungel) met smokkelwaar, die op de rug gedragen werd.

Een ander typisch woord uit de streektaal is "teuten". In Bergeijk bevindt zich het bezoekerscentrum Teutenhuis. Niet ver van onze camping is een café de Koperen Teut. Teuten waren in de 17e, 18e en 19e eeuw avontuurlijke, ondernemende mannen die de armoede van de Kempen ontvluchtten door met handelswaar Europa door te trekken tot naar Wenen en Kopenhagen aan toe. In het voorjaar gingen ze op weg, in het najaar kwamen ze met een goedgevulde beurs terug. Er waren wel afspraken omtrent de routes en de handelswaar. De teuten uit Luykgestel, die vooral met potten en pannen op stap gingen, werden de Koperteuten genoemd. De specialiteit van de Bergeijkse teuten was mensenhaar : het was immers de pruikentijd! Kortom : er valt hier van alles te beleven. Wij gingen op trap met de Smokkelroute.

We volgden de route eerst over leuke paadjes door gemengde bossen, die hier en daar opgevrolijkt werden door vingerhoedskruid. We werden verrast door een zonnig geel koolzaadveld. 



Weer wat verder kwamen we op het hoogste punt van Brabant op de grens van België en Nederland. Grenspaal 191 is een van de 288 palen die na 1843 geplaatst zijn, 7 daarvan tussen Lommel en Luyksgestel Deze grens is ook vaak een twistpunt geweest. Door het verdrag van Fontainebleau in 1789 behoorde Lommel tot de Nederlanden en Luyksgestel tot het prinsbisdom Luik. Tijdens de Franse overheersing zijn Lommel en Luyksgestel tegen elkaar geruild. Napoleon wilde Lommel graag hebben om door dat gebied een kanaal aan te leggen dat de Schelde met de Maas moest verbinden. Wij keken uit over een mooi open heideveld aan de ene kant en de bossen van natuurgebied Bosland aan de andere kant.


Wij daalden af naar dat zg. Kanaal van Bocholt naar Herentals (ook wel Kempisch Kanaal). Voor de smokkelaars was deze watergrens een lastig obstakel. Zwemmend of met allerhande vaarmateriaal en het kalf in een met pek ingesmeerde zak moesten ze onopgemerkt de overkant zien te bereiken. Wij reden met de wind in de rug en staken probleemloos de grote brug en de grens over naar Lommel. 



kpt 231 > 230 > 224 en Lommel in naar het centrum. We kwamen als vanzelf bij Café de Kroon, dat vroeger wel het smokkelaarscafé werd genoemd. Maar het was niet alleen een trefpunt van smokkelaars! Ook nu waren het terras en de gelagkamer goed gevuld. De koffie hadden we misschien beter in spannender tijden kunnen treffen, toen die nog sterker werd gezet. Het leek wel of het centrum van Lommel volledig op de schop was gegaan voor renovatie. Wij vonden het eigenlijk een aaneenschakeling van tamelijk smakeloze, of in ieder geval weinig samenhangende, nieuwbouw. Het centrum met vele terrassen zal op goede dagen best gezellig zijn, maar nu was het er nagenoeg uitgestorven. Wij fietsten Lommel uit, eerst langs de weg, maar al spoedig met een grote bocht om Lommel heen over landweggetjes tot we verderop weer bij het kanaal kwamen, waar we weer overstaken. (>kpt 228). Langs het kanaal met tegenwind dit keer (>227/226) Akkerlanden met mais, uien, wortelen en aardappelen zie je hier veel. 


Bij knooppunt 25 zijn we weer op de grens van beide landen op een kruispunt van wegen en waterlopen. Middenin de Ëlsloop staat grenspaal 187. Een bruggetje tussen de Elsloop en de Keunisloop heeft een fraaie smokkelleuning gekregen en verklaart: op deze plek werd veel gesmokkeld. 't was een gevaarlijke reis. je kon gepakt worden door de commiezen. toch deed iedereen 't. samenwerken konden ze goed. van armoede naar welvaart. We kijken uit over het natuurgebied De Lommelse Wateringen. De wateringen werden in de 19e eeuw aangelegd door de Belgische staat om door een uitgebreid bevloeiïngssysteem de arme zandgronden van kalkrijk en goed water te voorzien en er een kolonie te vestigen. Het kolonieproject is uiteindelijk mislukt. Later (rond 1930) werden er populieren geplant voor de luciferindustrie. Nu is het dus een natuurgebied. 



Open landwegen naar Luyksgestel. Wij kwamen binnen bij de kiosk. Een kunstwerk in de vorm van een kraaienpoot lijkt een knipoog naar het smokkelaarsverleden. Het is een aardig dorp. Vanuit het bescheiden centrum bij de kerk zijn er enkele uitvalswegen met lintbebouwing. We troffen er een super en een verse bakker aan, in het centrum een hotel en bij bijbehorend Cafetaria Die Twee hebben we ons op een heerlijk broodje kroket getrakteerd. Het meest bezienswaardig in Luyksgestel vonden we aan een andere uitgaande weg: de molen De Grenswachter en het bakkerijmuseum. Helaas waren beide gesloten. 


Een klein kapelletje aan de rand van het dorp trok onze aandacht. Het is de monumentale Heilig Kruiskapel, een Mariakapel uit 1727. Mooi in al zijn eenvoud, evenals de begraafplaats erachter.

Het smalle bospad naast de kapel was het begin van de bosroute terug naar de camping. Totaal 41 km gefietst, het was mooi geweest. En voor de avondregen waren we thuis!

dinsdag 24 februari 2015

Ursulineninstituut met Wintertuin nabij Mechelen


In het verlengde van ons verblijf in Mechelen hebben we zondagmiddag het Ursulineninstituut in Onze-Lieve-Vrouw-Waver bezocht voor een uitgebreide rondleiding door de wintertuin en overige gebouwen. Wij hadden vooral ja gezegd op deze excursie vanwege de wintertuin in art nouveau-stijl, maar de architectuur en aankleding van het complete school- en kloostercomplex bleek bijzonder boeiend en werkelijk prachtig. Verschillende bouwstijlen en toch een rustig en samenhangend geheel. Het interieur verrast door de lichtheid, mooie materialen zoals het marmer van de trappenhuizen, prachtige tegelvloeren, sierlijk geëtste glazen vensters en deurpanelen, fraaie decoraties en meubels - niets valt uit de toon, overal is over nagedacht, alles was functioneel. Het is het onderwijs dat centraal staat en ten grondslag ligt aan dit alles. Een religieuze opvoeding, dat is duidelijk. Evenwel door de tijd heen niet bekrompen en naar binnen gericht, maar open, internationaal en vooruitstrevend. 


Voorafgaand aan de rondleiding vertelde onze gids eerst iets over de geschiedenis van het Ursulineninstituut. Hij ontving ons daarvoor in de Ursulazaal naast de ingang.



In 1841 kwamen in dit kleine plaatsje in het buitengebied van Mechelen de eerste acht zusters Ursulinen op verzoek van de plaatselijke pastoor; om de nood aan degelijk meisjesonderwijs in zijn parochie te verhelpen. Om beter in het eigen onderhoud te kunnen voorzien begon men ook een kostschool. De goede opleiding en de gezonde landelijke omgeving maakten dat de kostschool langzaam maar gestaag zou groeien.
Armenzorg en volksonderwijs behoorden tot de geest der Ursulinen zusters. Daarmee waren zij sterk progressief. Door zich ook op onderwijs aan de hogere klassen te richten, kreeg dit onderwijs een meer elitair karakter. De zusters van Waver waren zelf hoogopgeleid, soms in het buitenland. Dit alles leidde tot een internationale leerlingenpopulatie en heel wat onderwijskundige vernieuwingen in Onze-Lieve-Vrouw-Waver, ook als deze niet geheel pasten in de geldende katholieke opvattingen.

Zo beschikte het instituut aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog over een zeer uitgebreid en modern onderwijsaanbod.
De Groote Oorlog.
Ongelukkigerwijs lag het dorp ongeveer in de verdedigingslinie rondom Antwerpen. Beschietingen en branden in september 1914 hadden verwoestende gevolgen voor grote delen van het klooster- en schoolcomplex.
Deze hele geschiedenis en hoe alles reeds vanaf november 1914 en in de naoorlogse jaren opnieuw opgebouwd en weer in gebruik genomen is en hoe het de Ursulinen zusters en het instituut in de volgende oorlog en alle jaren daarna is gegaan, is door Mario Baeck beschreven in het boekje Een kostschool met klasse; geïllustreerd met vele archieffoto's en foto's van Oswald Pauwels. Niet alleen de historie van het onderwijs, maar ook die van de gebouwen en interieurs en alle toebehoren, wordt hierin overzichtelijk en helder verteld, waardoor je ook de verbanden tussen het hoe en waarom gaat zien: geloofsbeleving, onderwijs, gebouwen, stijlen, decoraties......
Het boekje is verkrijgbaar in het Ursulineninstituut na een rondleiding.
Met deze korte introductie en een selectie uit mijn foto's zou ik iedereen, die daarvoor enige belangstelling heeft, willen inspireren om zelf aan een rondleiding deel te nemen. Laat uw gids het verhaal erbij vertellen, in zangerig Vlaams en met een flinke dosis humor.


Onmiddellijk bij binnenkomst lonkt het prachtige licht van de wintertuin aan het eind van de gang.


De fantastische glazen koepel en halfroosvensters: Morgen, Dag en Avond.



 
Houten tafels en stoelen met glazen bladen waarin de koepel weerspiegeld wordt. 12 bloemenstaanders met groenkleurige tegelversieringen van Villeroy & Boch.



Na WOI is de wintertuin verplaatst tussen twee gebouwenvleugels in en is aan weerszijden een gaanderij toegevoegd. Op de muren wandschilderingen in frescotechniek.



Een van de muurschilderingen: Malines/Mechelen.


In het scholencomplex liepen we door de Congozaal naar de muziekafdeling: de pianogalerij met op het eind omlijst door het licht van het glas-in-lood-raam, de H. Cecilia, patrones van de muziek. 35 pianokamertjes.




Alpenzaal


Alles is licht in de Empiregang. De lichtinval door de glas-in-lood-ramen over de gehele lengte van de gang, maar ook door de toegangsdeuren en het licht vanuit het trappenhuis. Zelfs de engeltjes op de vazen zijn lichtvoetig. Hier vertelde onze gids ons over de binnen het katholiek onderwijs niet-onomstreden gymnastieklessen door de Ursulinen, die begrepen hoe belangrijk lichaamsbeweging voor jongedames was.





Uitzicht op de gang die naar de kerk leidde. Een mooie lichte gang die uitzicht bood op een binnenplaats enerzijds en de tuin anderzijds. We vergaapten ons ook aan de prachtige trappenhuizen.



Feestrefter en een van de vele opwekkende taferelen in frisse heldere kleuren, die voedsel en fruit uit diverse streken voorstellen.


 
De La Fontainerefter, versierd met 19 taferelen in fraaie pasteltinten naar tekeningen van Henri Morin.


Een spiltrap bij de entree tot de kerk.


Langs de trap, bijna hoog verheven lijkt het, een Ursuline in marmer. Meer aards en praktisch dan hemels en verheven kwam zij naar voren in de verhalen over voedselsmokkeltochten van over de Nederlandse grens in oorlogstijd. Onze gids kon dat ook mooi vertellen!



Neogotische kloosterkerk

We zijn niet in de bibliotheek geweest, maar even een foto door het glas van de deur om de sfeer op te snuiven. Omfloerst licht, houten vloer en meubels, alles voelt warm en gedempt, zoals het een goede bieb en studiezaal betaamt. Even weg uit het computertijdperk........


Oratorium en bidkapel. Neoclassicisme met neogotische koorbanken. Prachtige wandschilderingen (op doek) in tere pasteltinten.




En tot slot in de voormalige achterkapel het "museum" met oude schoolbanken en statige eikenhouten vitrinekasten vol opgezette vogels en enkele andere dieren. Hier kwam een eind aan onze rondleiding en hebben we onze gids vaarwel en dank gezegd.



Niet alleen de geest dient gevoed te worden: aan de overkant is een ijssalon waar ze koffie en erg lekkere warme appeltaart serveren en een goede lunch. Of als je even wilt afkoelen:een forse ijscoupe!

Voor meer achtergrond- en praktische informatie over rondleidingen etc.:

http://www.toerismeskw.be/nl/bezienswaardigheden/ursulinenklooster_en_wintertui/

http://www.olvwaver.be/artnouveau