Posts tonen met het label sterns. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sterns. Alle posts tonen

maandag 2 juli 2018

Balgzand bij Den Helder

We zijn wel eens eerder bij het Balgzand geweest en waren benieuwd wat we daar nu zouden aantreffen. Het was vloed toen we bij 't Kuitje aankwamen en tot onze teleurstelling troffen we, op enkele ganzen na, geen vogels aan. Bij het vogelkijkscherm langs de aanrijroute evenwel werden we verrast door een grote hoeveelheid scholeksters die hun heil langs de oeverkant hadden gezocht.
Daartussen door scharrelden brandganzen, die elkaar niet altijd even vriendelijk gezind waren.
Bij ons vorige bezoek hadden we hier nauwelijks een vogel gezien, maar misschien prefereerden de vogels nu bij de stevige wind de luwte van dit gebiedje.





In het plasje vlakbij het vogelscherm was een tureluur op zoek naar voedsel, een poos later gevolgd door enkele kluten. Grote groepen kluten, ganzen en bergeenden lagen te rusten aan de overkant van het water. Lepelaars en sterns bevolkten een andere oever en de zandbanken. Ons uitstapje was dus wel de moeite waard!







maandag 23 april 2018

Lente in de lage landen


Terwijl de bloesemboompjes vele woonwijken in Amstelveen uitbundig opvrolijkten en de Japanse kersenbomen in het Bloesempark in het Amsterdamse Bos het leven tot een feestje maakten, begonnen ook onze polders weer kleur te bekennen.


Het frisse voorjaarsgroen heeft de bruine grauwsluiers op de landerijen vervangen, bermen en slootkanten kleuren zonnig geel van dotters en speenkruid, terwijl het groot hoefblad zich vrolijk ontvouwt op voormalige boeren percelen. De smienten zijn verdwenen, de boerenzwaluwen nog niet gearriveerd, maar de scholeksters laten luidkeels van zich horen en ganzen en kieviten vullen hen aan, terwijl een aalscholver voor ons wegduikt en de fuut zijn voorbeeld volgt.

 




Hier en daar zien we ganzen op het nest langs de waterkant. De lammetjes zijn al aardig uit de kluiten gewassen, maar de hazen maken zich nog bijzonder druk met het oog op hun nageslacht.




Deze wilgenboom is altijd een geliefd zangplekje van fitissen. Het is echter lastig fotograferen, zo hoog tussen de op de wind wiegende takken.


We hebben in de derde week van april te maken met zomerse temperaturen tot achterin de 20 graden. Ongewoon warm voor deze tijd van het jaar. De kersenbloesems zijn dan ook snel uitgebloeid, maar worden opgevolgd door de volroze Japanse kers en het fijne wit en roze van de fruitbomen. Tegen het decor van het appelboompje van mijn buurvrouw, kijkt een kauw belangstellend naar wat er in onze tuin te halen valt. De takjes en strootjes voor het nest worden verzameld; een papieren zakdoekje dat we buiten op tafel hadden achtergelaten, vinden we later volledig uit elkaar getrokken in stukjes terug; musjes zitten met de bek vol strootjes en pluisjes.


Dit zijn heerlijke dagen om eens te kijken hoe het er in de Groene Jonker voorstaat. Op de Hogedijk genieten we al van het weidse uitzicht over de polders. De wilgen zijn geknot, landerijen liggen er prachtig bij, de schaapjes en hun lammeren lopen nog binnen de omheining op de dijk en rond de boerderij.


De meeste watervogels zijn ver weg op de plassen, maar beter binnen het bereik van onze cameralens passeert een koppel ganzen met (nog maar) een paar pulletjes. Een ander koppel heeft nog 9 van die kleine donsbolletjes onder hun hoede. Elders zien we ook nog ganzen broeden.


Het meest hebben we deze dag (21 april) genoten van de rietzangers, die zich overal lieten horen en zien. Dat is het voordeel van het voorjaar. We zagen ze soms al zingend in een zeilvlucht de rietkragen invliegen, waar ze eerst onzichtbaar na een rollend errrr-roepje hun zang beginnen. Blijf met wat geduld rustig in de richting van het geluid kijken en dan ontdek je het beestje al gauw wanneer hij langs de rietstengel steeds verder omhoog kruipt om in het wuivende topje zijn mooiste aria's ten beste te geven.




Bij het informatiepaneel vonden we een rietzanger, die de buitenste wilgentak tot favoriete plek had verkozen. Meermalen vloog hij op na een riedeltje om met een boog weer terug te keren naar dezelfde tak.



De wilgenbosjes op het eilandje werden ook bezocht door een groepje rietgorzen.




In de lucht waren het vaak de ganzen en eenden die de boventoon voerden, niet zelden overschreeuwd door ruziƩnde meeuwen. Een visdiefje stond geruisloos boven het water om met een snelle duik zijn prooi te bemachtigen. Ik was niet snel genoeg met de camera!



Aan het eind van onze wandeling bleken twee van de acht kluten die we eerder verder op het water hadden gezien, de oeverranden opgezocht te hebben. Ze waren druk aan het foerageren.



Wat is het voorjaar toch een heerlijke tijd!



maandag 28 september 2015

Over rosse grutto's, steenlopers, meeuwen en andere vogels rond de zuidpier van IJmuiden

11 september, een zwarte dag in ons collectieve geheugen. Maar de geschiedenis kunnen we niet terugdraaien en deze 11e september straalde de zon om ons op te vrolijken en waaide de wind op andere plaatsen dan het strand van IJmuiden. Voor ons was het de eerste keer dat we hier waren, geĆÆnspireerd door andere bloggers zoals Ghita (Carpe Diem).


Op het strand troffen we aan de waterrand een zestal rosse grutto's. De rosse grutto kun je het gemakkelijkst van grutto's onderscheiden door de iets opgewipte snavel. In tegenstelling tot de grutto voelt de rosse grutto zich niet alleen in weilanden thuis, maar ook in de getijdenzones en op het wad. Ze voeden zich niet alleen met wormen en insecten, maar ook met kleine schaaldieren, zeepieren en garnalen. 
Op de plaats rust. Zo is die opgewipte snavel natuurlijk niet te zien.



Maar af en toe werd er ƩƩn onrustig en hipte op ƩƩn poot een klein stukje verderop. Deze manier van voortbewegen had ik bij (rosse) grutto's nooit eerder gezien en het was eigenlijk best een komisch gezicht. Een paar vleugelslagen om balans te zoeken en dan weer staan.




Gewoon vliegen kan natuurlijk ook.



Grote sterns vlogen langs; op het strand stonden en lagen massa's mantelmeeuwen; als een soort vreemde eend in de bijt, scharrelde er hier en daar een scholekster tussen door.



Stoer die dijk! Op een van de basaltblokken zat doodstil een zanglijster (als ik het wel heb) en keek recht in mijn lens.



De vloed begon op te komen, maar aan de linkerkant waren nog veel poeltjes aan de voet van de dijk, waar vooral mantelmeeuwen op zoek naar voedsel waren. Echter niet alleen op die manier; regelmatig zagen we er eentje naar beneden duiken om met een lekker hapje weer boven water te komen. Meestal bestond dat hapje uit een zeester.








Het was vooral aan de andere kant van de dijk dat we aan de voet van de rotsen her en der steenlopertjes en scholeksters zagen, die daar hun kostje bij elkaar scharrelden.



Terwijl wij er de tijd voor namen om verder de pier op te lopen en af en toe over de rotsen te klauteren om beter foto's te kunnen nemen, zagen we langzaam maar zeker het water aan hoogte winnen.



Eenmaal verder op de pier vonden we nog veel meer steenlopertjes. We hebben deze kustbewoners ƩƩn keer eerder gezien, in februari op het strand van Walcheren. Maar de steenlopers heten niet voor niets zo: ze hebben meer met rotsen dan met zand en in dit geval zijn dat de steenblokken van de pier van IJmuiden. Het bleken ware klauteraars die zich moeiteloos voortbewogen tussen schelpen en wieren over de steile kanten van de rotsen. Ze hebben een stevige snavel, waarmee ze tussen de rotsen, steentjes en schelpen hun voedsel zoeken. Dat bestaat vooral uit schaaldieren, krabbetjes en insekten. De steenlopers in Nederland zijn doortrekkers of overwinteraars vanuit het hoge noorden. Sommige vogels hadden nog heel wat van hun roodbruin bonte zomerkleed, maar de meesten kleurden al aardig naar het lichtere en rustiger winterkleed.






Op de kop van de pier konden we wat gemakkelijker op ooghoogte van de vogels komen



De vloed nam steeds meer ruimte in beslag, maar deze steenloper was niet bang voor natte voeten. Steenlopers hebben echter een eb- en vloedritme, dus dan is het niet zo vreemd dat de veren werden opgeschut en er een hoog en droog rustplaatsje werd gezocht.



Niet alleen steenlopers, maar ook twee groenpootruiters troffen we op de rotsen van de pier aan. Die beperken zich dus niet tot zoetwateromstandigheden, weer wat geleerd!



Twee bontbekpleviertjes in winterkleed, op de kop van de pier. We zaten erbij, keken ernaar en konden - op voldoende afstand van het opspattende zeewater - rustig afdrukken.



Verschillende keren vlogen groepjes zangvogels langs, waarvan ik er eentje bij een rustmoment in beeld heb kunnen vangen. Vermoedelijk een oeverpieper, maar dat weet ik niet zeker.




Krabbetjes zijn hun leven niet zeker op de pier!


Jonge mantelmeeuwen, mooi toch?! Grappig hoe je door de neusgaten heen kunt kijken. Dat doet me denken aan een artikeltje dat ik juist in de laatste Roots (oktober 2015) las. De nieren van meeuwen kunnen net zo min als die van ons, mensen, tegen een grote hoeveelheid zout. Omdat meeuwen nu eenmaal veel zout water binnen krijgen, hebben ze in de de loop van de evolutie speciale zoutklieren ontwikkeld. Die klieren bevinden zich vlak boven de ogen en zijn verbonden met de neusholte. Daarmee wordt het zout, dat via water en voeding wordt opgenomen,weer afgevoerd. Je ziet daarom vaak een druppel hangen aan de punt van hun snavel. (aldus Paul Bƶhre in Roots). Bij deze meeuw is geen druppel te zien, maar ik ga er toch eens op letten, wanneer ik weer meeuwen van dichtbij zie.


Terug op het strand. Genieten van de zon, een ijsje en kwallen. Fantastische dag op een boeiende plaats aan de Noordzee kust.