De Kempen is een bosrijk gebied op arme zandgronden in het zuidoosten van Brabant tot over de grens van Belgisch Vlaanderen. We vertoeven hier in een gebied waar het smokkelen hoogtij vierde totdat rond 1960 de EEG een vrije handelsmarkt invoerde. Dit deel van Brabant is ook een streek van sterke en sappige verhalen, sagen en legenden. En dat kan hand in hand gaan, zoals wij op onze Smokkelfietsroute zouden merken. Smokkelen was uit nood geboren vanwege de grote armoede, zelfs kinderen werden ingezet. Er werd boter België ingesmokkeld (in de zakken van de meisjesjurken) en zelfs kalveren (Nederlandse kalveren waren in België zeer gewild), sigaretten gingen mee terug. Allerlei listen en trucs werden ingezet om de douaniers (komiezen) om de tuin te leiden of te hinderen bijv. door het gooien van kraaienpoten (in elkaar gedraaide spijkers), waar de autobanden van de achtervolgers letterlijk op stuk liepen. Bijbehorend jargon: smokkelen noemde men "pungelen" naar de zak (pungel) met smokkelwaar, die op de rug gedragen werd.
Een ander typisch woord uit de streektaal is "teuten". Niet ver van onze camping is een café de Koperen Teut. Teuten waren in de 17e, 18e en 19e eeuw avontuurlijke, ondernemende mannen die de armoede van de Kempen ontvluchtten door met handelswaar Europa door te trekken tot naar Wenen en Kopenhagen aan toe. In het voorjaar gingen ze op weg, in het najaar kwamen ze met een goedgevulde beurs terug. Er waren wel afspraken omtrent de routes en de handelswaar. De teuten uit Luykgestel, die vooral met potten en pannen op stap gingen, werden de Koperteuten genoemd. De specialiteit van de Bergeijkse teuten was mensenhaar : het was immers de pruikentijd! Kortom : er valt hier van alles te beleven. Wij gingen op trap met de Smokkelroute.Weer wat verder kwamen we op het hoogste punt van Brabant op de grens van België en Nederland. Grenspaal 191 is een van de 288 palen die na 1843 geplaatst zijn, 7 daarvan tussen Lommel en Luyksgestel Deze grens is ook vaak een twistpunt geweest. Door het verdrag van Fontainebleau in 1789 behoorde Lommel tot de Nederlanden en Luyksgestel tot het prinsbisdom Luik. Tijdens de Franse overheersing zijn Lommel en Luyksgestel tegen elkaar geruild. Napoleon wilde Lommel graag hebben om door dat gebied een kanaal aan te leggen dat de Schelde met de Maas moest verbinden. Wij keken uit over een mooi open heideveld aan de ene kant en de bossen van natuurgebied Bosland aan de andere kant.
Wij daalden af naar dat zg. Kanaal van Bocholt naar Herentals (ook wel Kempisch Kanaal). Voor de smokkelaars was deze watergrens een lastig obstakel. Zwemmend of met allerhande vaarmateriaal en het kalf in een met pek ingesmeerde zak moesten ze onopgemerkt de overkant zien te bereiken. Wij reden met de wind in de rug en staken probleemloos de grote brug en de grens over naar Lommel.
kpt 231 > 230 > 224 en Lommel in naar het centrum. We kwamen als vanzelf bij Café de Kroon, dat vroeger wel het smokkelaarscafé werd genoemd. Maar het was niet alleen een trefpunt van smokkelaars! Ook nu waren het terras en de gelagkamer goed gevuld. De koffie hadden we misschien beter in spannender tijden kunnen treffen, toen die nog sterker werd gezet. Het leek wel of het centrum van Lommel volledig op de schop was gegaan voor renovatie. Wij vonden het eigenlijk een aaneenschakeling van tamelijk smakeloze, of in ieder geval weinig samenhangende, nieuwbouw. Het centrum met vele terrassen zal op goede dagen best gezellig zijn, maar nu was het er nagenoeg uitgestorven. Wij fietsten Lommel uit, eerst langs de weg, maar al spoedig met een grote bocht om Lommel heen over landweggetjes tot we verderop weer bij het kanaal kwamen, waar we weer overstaken. (>kpt 228). Langs het kanaal met tegenwind dit keer (>227/226) Akkerlanden met mais, uien, wortelen en aardappelen zie je hier veel.
Bij knooppunt 25 zijn we weer op de grens van beide landen op een kruispunt van wegen en waterlopen. Middenin de Ëlsloop staat grenspaal 187. Een bruggetje tussen de Elsloop en de Keunisloop heeft een fraaie smokkelleuning gekregen en verklaart: op deze plek werd veel gesmokkeld. 't was een gevaarlijke reis. je kon gepakt worden door de commiezen. toch deed iedereen 't. samenwerken konden ze goed. van armoede naar welvaart. We kijken uit over het natuurgebied De Lommelse Wateringen. De wateringen werden in de 19e eeuw aangelegd door de Belgische staat om door een uitgebreid bevloeiïngssysteem de arme zandgronden van kalkrijk en goed water te voorzien en er een kolonie te vestigen. Het kolonieproject is uiteindelijk mislukt. Later (rond 1930) werden er populieren geplant voor de luciferindustrie. Nu is het dus een natuurgebied.
Open landwegen naar Luyksgestel. Wij kwamen binnen bij de kiosk. Een kunstwerk in de vorm van een kraaienpoot lijkt een knipoog naar het smokkelaarsverleden. Het is een aardig dorp. Vanuit het bescheiden centrum bij de kerk zijn er enkele uitvalswegen met lintbebouwing. We troffen er een super en een verse bakker aan, in het centrum een hotel en bij bijbehorend Cafetaria Die Twee hebben we ons op een heerlijk broodje kroket getrakteerd. Het meest bezienswaardig in Luyksgestel vonden we aan een andere uitgaande weg: de molen De Grenswachter en het bakkerijmuseum. Helaas waren beide gesloten.
Een klein kapelletje aan de rand van het dorp trok onze aandacht. Het is de monumentale Heilig Kruiskapel, een Mariakapel uit 1727. Mooi in al zijn eenvoud, evenals de begraafplaats erachter.
Het smalle bospad naast de kapel was het begin van de bosroute terug naar de camping. Totaal 41 km gefietst, het was mooi geweest. En voor de avondregen waren we thuis!




















