De "Acht Zaligheden" (voorheen Selligheden) is de naam voor 8 dorpen in de Kempen die eindigen op
-sel : Eersel, Duizel, Knegsel, Netersel, Hulsel, Reusel en Wintelre/Wijntersel. De Selligheden was een wat spottende benaming, ontstaan in de 19e eeuw, omdat de streek zo armoedig was.
Wij stapten deze zaterdag weer op de fiets en wel in eerste instantie naar Postel, net over de grens in België. Door de achteruitgang van de camping linksaf volgden we het fietspad naar rechts door het bos en langs de golfterreinen tot de Abdij van Postel.
In de abdijwinkel hebben wij onze eerste tastbare zaligheden gekocht: een heerlijk brood en dito noten/appelbrood. Er worden ook verschillende kaassoorten uit de eigen kaasmakerij en allerlei kruiden uit de kruidentuin verkocht, evenals bier dat tegenwoordig echter elders wordt gebrouwen. Door de poort ontdekten we de prachtige gebouwen van de abdij, die nog steeds in gebruik is. De abdij is rond 1140 gesticht door een groep norbertijnen; dat is een orde van kanunikken en lekenbroeders, die zich naast hun geestelijk leven in dienst stellen van de maatschappij. In deze grote zuidelijke toegangspoort is een bankje waar vroeger de armen moesten wachten tot ze van de paters een rantsoen voedsel kregen. Dit poortgebouw dateert uit eind 16e eeuw.
Een bezoek aan de kruidentuin sla ik natuurlijk niet over. Het lijkt erop dat men deze aan het herinrichten is. er waren een aantal mooie verhoogde bedden met kruiden, maar voor het overige zag het er nogal verwilderd uit. Achterin de tuin zagen we een zg. pesthuisje. Dit huisje is in 2006-2007 gerestaureerd als voorbeeld van de huisjes die zich in de ringmuur bevonden om besmettelijke zieken te kunnen isoleren in tijden van een uitbraak.
Naast de abdij, maar nog binnen de muren, staat sinds 1960 Gasthof De Beiaard. Er komen hier veel toeristen om de abdij te bezoeken en/of van de omgeving te genieten. Ook nu was het terras rond het middaguur goed bezet. De bakkerij aan de overkant van de weg met het Echte Postelbrood en andere heerlijkheden kon op onze sympathie rekenen. Niet alleen vanwege de steunbetuigingen aan zowel het Belgische als het Nederlandse voetbalteam bij het WK, maar vooral toch voor de eigen producten. We sloten achteraan in de rij. Van de enorme broden kon je ook een halfje krijgen, maar wij gaven nu de voorkeur aan twee zoete zaligheidjes voor onderweg.
We volgden niet de route naar kpt 17 langs de weg, maar reden tussen de bakkerij en de gasthof het wandel- en fietsgebied in en vonden ergens langs het pad een bankje om in het zonnetje onze zaligheidjes te genieten. Het pad kwam uit op de Reuselseweg. Naar kpt 17 en door naar 92, een vrijliggend fietspad langs een nogal open doorgaande autoroute: niet het leukste deel, maar prachtige blauwe velden met bijenvoer boden troost en na enige tijd konden we het landweggetje naar de Peelsche Heide inslaan.
Bij de Peelse Heide bereikten we weer de bossen. Het heideveld leek behoorlijk vergrast, maar is in cultuurhistorisch opzicht wel bijzonder. We staan hier nl. aan de rand van de Grote Cirkel. Wat heeft deze met Parijs te maken? Op enige afstand liggen de Reuselse kei en de Stenen der Zaligheden. Deze hebben we niet bezocht, maar alle verhalen hierachter staan op het informatiepaneel aan de rand van het veld. Ook uitgebreid op Wikipedia. Bovenop een kale boomstaak zong een boompieper het hoogste lied.
We werden verrast door een prachtig klein vennetje, waar de kikkers naar hartenlust kwaakten en wij een bankje vonden voor een korte rustpauze. Dit is dus de Kleine Cirkel.
Aan de rand ervan staat een beeld : de Januskop. Aan de achterzijde de vrouwelijke kant. Een bord verklaart dat we hier op een 32m hoge rug staan, die als een waterscheiding fungeert tussen noord en zuid. Deze natuurlijke waterscheiding loopt dwars door de gemeente Reusel: het noordelijk gedeelte van Reusel watert af op de Maas via de Reusel en de Dommel, het zuidelijke deel via de Goorloop, Wamp, Nete en Schelde in België. De Januskop is een monument voor deze tweedeling en zinspeelt ook op de splitsing van Reusel en Postel in 1648 bij de Vrede van Munster. De romeinse god Janus ligt ten grondslag aan de naam en de Januskop is een symbool van tegenstellingen en overgangen, van goed en kwaad, maar ook van eenheid in verscheidenheid. Aldus verrijkt met nieuwe kennis fietsten we de volgende meters naar Natuurpoort de Oude Brandtoren. (kpt 14) Het is de natuursleutel tot de Peelse heide, maar er is ook een groot klim- en outdoorcentrum, horeca, een bijentuin en een uitkijktoren. Gezellig druk, maar wij lieten dit alles en de zaligheid Reusel links liggen om onze route te vervolgen naar Bladel. (> kpt 91, 71, 90). Bij het inrijden van het centrum was een feestelijke ijssalon de eerste gelegenheid die ons oog trof. Ze hadden een feestweekend met gratis slagroom en een macaron op het ijs. We gingen - tegen onze gewoonte in - voor 2 bolletjes. Ze schepten echter geen bolletjes, maar bollen, dus dat werd een goede buikvuller. En meer dan zalig!
Bladel was overigens best een aardig dorp met gezellige terrassen op het geheel vernieuwde winkelplein en allerlei leuke winkels tussen de bekende abc-shops. Door veld en bos (>71>13-13>2>16) trapten we terug richting ons grensverblijf.
Het bospad tussen kpt 16 en 18 vond ik afwisselend en erg mooi. In deze bossen pleegt Staatsbosbeheer door dunning en verjonging onderhoud. Ook wordt rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering en er is een demonstratiebos "klimaatslim bosbeheer".
Het was met 19° en een straf windje misschien geen zalig zomerweertje geweest, maar wel droog met af en toe wat zon. En dat was al heel wat.























