maandag 3 augustus 2026

Oeffelt en het Maasheggenlandschap (NB)

Dinsdag. Voor onze derde vakantieweek hadden we geboekt in Oeffelt : in het hoge noordwesten van Brabant, tussen Boxmeer en Cuijk. We hoefden dus geen haast te maken en lieten iets na elven onze camping in de Kempen achter ons. Camping de Maasvallei bleek een mooie kleine camping, waar we hartelijk werden ontvangen door de famlie Miggiels. Een mooie grote plek met zon en schaduw, helemaal geschikt voor koude en warme dagen. De camping ligt aan de Veerweg aan de Maas, bijna naast het Veerhuis, dat tegenwoordig een gewild café-restaurant is. 


Aan de overkant van de Maas ligt Gennep, in Limburg. In WOII is door de geallieerden op beide oevers hard gevochten om het gebied veilig te stellen voor de bouw van een baileybrug, een essentiële verbinding om naar Duitsland door te kunnen stoten. Eind 1944 werden de plannen al gemaakt, pas op 12 februari 1945 was het zover dat met de bouw kon worden begonnen. Door zware regenval en  het opblazen van dammen in de Roer stond het water echter extreem hoog. Zo werd de pontonbrug maar liefst 1.222 m lang om het water te kunnen overbruggen. Desondanks was deze reeds na een week, op 20 februari gereed. Een gedenkteken staat hier voor het Veerhuis ter ere van de mannen die op deze plek de langste drijvende baileybrug van de Tweede Wereldoorlog hebben gebouwd.

Deze middag maakten wij een kort fietsrondje door het Maasheggenlandschap. De heggen in dit deel van Noord-Brabant en het noorden van Limburg zijn door de eeuwen heen ontstaan als natuurlijke barrières tussen weilanden en landbouwgronden. De boeren vlochten de heggen op een speciale manier waardoor de struiken met elkaar vergroeiden en een ondoordringbare omheining vormden om enerzijds het vee binnen te houden en anderzijds roofdieren buiten. De heggen zijn evenwel verdrongen door het prikkeldraad en daarmee zijn een bron van biodiversiteit en belangrijke elementen uit het oude cultuurlandschap verdwenen.
Gelukkig is men zich later bewust geworden van het belang van het behoud/herstel van het heggenlandschap. Door de Unesco is het inmiddels aangewezen als biosfeergebied. Fietsend langs de ruige uiterwaarden, langs en over dijken die bloeiden van hoge grassen, rapunzelklokjes, margrieten en wat al niet meer konden wij alvast genieten van deze prachtige omgeving. Bij St. Agatha (kpt 70) keken we even rond bij het klooster en een naastgelegen boerderij. Vandaar fietsten we van de Maas weg >> kpt 13. Aan de Drogestraat in St. Agatha konden we de boerderijwinkel van Goossens niet zomaar voorbij rijden. De laatste aspergeweek! Heerlijke asperges en aardbeien hebben we hier gekocht.










De route langs het spoor en door de landerijen tot kpt 13 vonden we minder boeiend, totdat we niet ver van Oeffelt (kpt 06) het Kleine Vilt bereikten. Prachtige omgeving. Vandaar terug naar de Veerweg. Ons fietsritje was een korte, maar prettige kennismaking met onze nieuwe omgeving. Deze dag is nagenoeg droog verlopen en zonnig geëindigd. Voor het eerst hebben we buiten gegeten en op een korte wandeling langs de Maas genoten van een mooie zonsondergang. 







woensdag 29 juli 2026

Bergeijk - Bladel : fietsen en wandelen Cartierheide

Op onze laatste dag in Bergeijk fietsten we naar de Cartierheide, een mooi heide- en vennengebied waar we graag een wandeling wilden maken. De route liep weer via Herberg in het Wilde Zwijn (kpt 18) door mooie bossen en heidevelden naar kpt 12. Een stop onderweg bij een mooi vennetje op de Hapertse Heide leverde veel kikkergekwaak en een gehavende eikenpage op. 


We parkeerden onze fiets bij het kpt 12 en liepen vandaar de Cartierheide op. In de verte zagen we de koeien op de heide grazen, dichterbij lagen grote verse vlaaien onder een eik waar ze blijkbaar graag uitrusten. Ik moest dus wel uitkijken waar ik liep, toen ik de boompieper wilde fotograferen. Ver weg, niet zo'n beste foto, maar ik word altijd heel blij van de zingende boompiepers en we hoorden ze hier alom. 
De Cartierheide dankt zijn bestaan en naam aan Baron de Cartier de Marchienne, die het gebied in 19e eeuw aankocht, deels uit oogpunt van natuurbehoud, maar zeker ook voor zijn hobby : de jacht. En met name de jacht op snippen. Om dat mogelijk te maken liet hij een serie vijvers aanleggen op de heide, waarin het waterpeil te regelen was. Bij wandelkpt 60 liepen we het dijkje op dat verderop overging in een vlonderpad door de natte delen van de heide. Dat dijkje is een heel mooi berkenlaantje, de "Pannegoor Passage" - tussen de heide en het ven "het Pannegoor" en biedt over de rietkragen en tussen de bomen door hier en daar uitzicht over het ven. Zo kon de baron verdekt opgesteld op de watervogels jagen. Watersnippen hebben we niet gezien, maar er waren wel enkele grauwe ganzen, nijlganzen, een paar eenden en kieviten. Bij een eerste blik leek het net of het ven droog stond, maar er stond nog wel degelijk water, waarin een paar eenden zwommen.










Ook de Cartierheide is weer zo'n gebied vol verhalen. Napoleon heeft met zijn legers hier zijn sporen nagelaten. Maar ook de smokkelaars en de teuten maakten gebruik van deze bossen en zandpaden. En zo eindigen we ons verhaal in Bergeijk, waarmee we begonnen waren: de folklore en verhalen van de Kempen. De schamele boerenhuisjes van weleer zijn in de navolgende tijd vervangen of verbouwd tot mooie huizen en boerderijen, waarin je soms nog een stukje historie terugziet. De Kempen is een mooie streek waar het goed toeven is voor toeristen die rust een ruimte zoeken en van fietsen en wandelen houden. Wij fietsten door de bossen richting natuurpoort Ter Spegelt, maar sloegen bij kpt 9 meteen af naar kpt 8. Landweggetjes door uitgestrekte landerijen. 


Nog even afgeslagen naar kpt 88 en 84 om vandaar naar het centrum van Bergeijk te rijden. Leuke route door mooie buitenwijken van Bergeijk. 


Vandaar via 77 en 87 over Loo terug naar Bergeijk. We hadden dit al eerder gereden en dat was dus een bekend en niet het leukste deel van de rit. Morgen gaan we inpakken.




vrijdag 24 juli 2026

Wandelen bij Herberg in het Wilde Zwijn - Bergeijk

De laatste twee dagen van ons verblijf in Bergeijk hebben we wat meer gewandeld. Op een wandeling zie weer zoveel meer (details in ieder geval) dan op een fietstocht. Vanaf Herberg in het Wilde Zwijn hebben we een rondje gelopen : aan de overzijde van de weg een stukje over het fietspad terug en dan linksaf de wandelroute volgend door een afwisselend boslandschap. We kwamen meteen al een leuk beekje tegen omzoomd met frisgroene varens en veel jonge scheuten van bramenstruiken. Even later liepen we op het gekwaak van kikkers af en vonden we een groot ven en moeras met rietvelden. Bloeiende grassen, ratelaar, klaver etc. trokken veel insecten en zelfs vlinders aan. Maar liefst 3 dikkopjes, een atalanta en bont zandoogje zagen we. Dat was tot nu toe ongekend. Het water van de Witrijtse Loop was roestbruin en wordt geregeld met kleine sluisjes. 





Leuke paden door gemengd bos en over een stuk open heide, waar vrolijke pollen blauwe zandoogjes (jasione) druk bezocht werden door insecten en kleine spinnetjes. Overal vogelzang. Dikke groene mostapijten en verschillende soorten paddenstoelen waren het resultaat van de vele regen. 










Bijna terug bij de herberg passeerden we (langs de autoweg) De Vrolijkcke Bosmuis, tegenwoordig een B&B, die de legende of folkloreverhalen rond de barones, die als de dood was voor muizen en al haar geld kwijtraakte aan de bestrijding ervan, succesvol levend houdt. Een wachthuisje uit WOI herinnert aan de gruwelijke realiteit van de oorlog : de Duitsers hadden een driedubbele afrastering zwaar onder stroom gezet tegen Belgen en smokkelaars, die de grens naar Nederland wilden passeren. Met listen en trucs is dat menigeen nog wel gelukt, maar meer dan 800 mensen zijn "doodgebliksemd".  Het Dodendraad werd deze grensafscheiding genoemd. Zo kwamen wij terug bij de herberg, waar we onze fietsen hadden achtergelaten. Je kunt hier prachtig wandelen en zo lang en zo kort als je wilt. Wij hebben een bescheiden rondje gelopen, maar wel heel fijn.